Het was groep 7. Ik was elf, misschien twaalf — het zal '88 of '89 geweest zijn.
Ik was verliefd op Bianca. Bianca, van Cindy en Bianca — een eeneiige tweeling. Ze hadden altijd dezelfde kleren aan. Er was wat mij betreft wel een geprononceerd verschil, maar er waren ook hoeken, gezichtshoeken, waarbij je het niet zag. Bianca was de zachtere, de vriendelijkere helft. En ik was verliefd. Zwoerverliefd.
Op een dag had ik al mijn moed verzameld. Het zal waarschijnlijk al de hele week geweest zijn dat ik daar tegenaan hikte. Ik had geoefend wat ik zou zeggen. En ik weet niet eens meer wat ik had voorbereid, want dat is niet wat achteraf gezien de meeste indruk op mij maakte.
Ik heb haar gevraagd — en dat is iets wat je in die tijd nog deed, in groep 7 — wil je straks bij mij komen spelen?
Ze zei ja.
Maar omdat ik me nog steeds zenuwachtig voelde en dacht — is dit een droom? Is dit wel doorgegaan? — zag ik haar even later weer bij de ingang van het schoolgebouw. En ik zei: "Hé, dus we hebben afgesproken, ik zie je straks hè?" En ze zei: "Ja, dat is goed. Zie je straks."
Zo gezegd, zo gedaan.
Totdat ik erachter kwam, toen we uit school zouden gaan, dat Cindy en Bianca allebei naast elkaar klaar stonden.
Ik had de tweede keer Cindy gesproken.
Maar wat schetst mijn verbazing — en dat heb ik altijd onthouden, tot op de dag van vandaag: ik had met volle overtuiging, met volle congruentie, volle zekerheid, zonder enkel greintje van arrogantie, tegen haar gezegd dat ik haar straks zou zien. En dat was blijkbaar genoeg. Om haar ervan te overtuigen dat wij een afspraakje hadden.
Het zijn waarschijnlijk nog steeds hele lieve, vriendelijke dames. En ik vond het achteraf gezien niet eens zozeer stoer, maar zo'n mooi voorbeeld van hoe je, als je in je element bent — volledig congruent, zeker, op een volledig natuurlijk niveau, zonder arrogantie — je stoutste dromen voor elkaar krijgt.
Zelfs de verkeerde droom.
Een aantal jaren later. Laten we uitgaan van 2016.
Het is diep in de nacht. Ik lig in bed in mijn ouderlijk huis, in een kamertje dat niet van mij was — de kamer die overbleef nadat mijn broer het huis uit was en mijn moeder mijn oude kamer erbij had getrokken.
Ik voelde me ellendig. Ik had me wel eerder ellendig gevoeld, maar niet eerder zó ellendig. Ik was er mee an, zoals de Westfriezen zouden zeggen.
Ik was voorbij het punt van depressiviteit en ergens ook voorbij het punt van angst. Het was gewoon een essentieel gevoel van leegte.
Mijn ouders waren oud en versleten — zij konden mij niet meer komen redden. Mijn broer had een eigen leven. Iedereen was doorgegaan. En alles wat ik dacht te hebben bereikt, was niet geworden wat ik ervan verwacht had. Het vreemde was: er was niet eens een aanwijsbare trigger. Geen life event. Geen moment waarop je kon zeggen dáár ging het mis. Het was een essentieel gevoel van leegte, bevreemding, en niet eens meer angst of depressiviteit.
Ik had een laptop naast me staan. En ik dacht:
Lager dan dit kan niet.
Het is niet zo dat ik me direct beter voelde. Maar ik realiseerde me ten dege: vanaf nu kan het daadwerkelijk alleen nog maar omhoog. Statistisch gezien. Cijfermatig gezien. En ergens heb ik toen bewust de keuze gemaakt — van het spreekwoordelijke, clichématige glas is halfleeg naar het glas is halfvol.
En ik bedacht: als ik hier ooit uitkom, dan wil ik ook weten waaróm ik eruit ben gekomen. En hoe. En voor mij misschien nog wel belangrijker — dit leed, mijn leed, voor zover dat vergelijkbaar is met anderen, waar ik dat kan voorkomen door te delen wat ik meemaak en hoe ik ermee om heb leren gaan...
Dan ga ik dat vastleggen. Dan ga ik dat delen. En dan ga ik dat gratis delen. Dan mag iedereen dat horen.
En dat is wat mij brengt bij het moment waarop ik dit schrijf.
Terwijl ik dit schrijf, merk ik dat ik huil. En dat mag je weten. Want huilen van verdriet is het mooiste dat er is.
Mijn favoriete weertype is regen na zonneschijn. Of zonneschijn tijdens regen.
Want alleen na verdriet — of zelfs tijdens verdriet — kun je vreugde daadwerkelijk waarderen. Op waarde schatten.
Dit boek zal alle clichés bevestigen. Alle wetmatigheden die al eerder zijn genoemd, door zoveel mensen, in zoveel films, zoveel boeken, zoveel muziekstukken, zoveel verhalen.
Waarom?
Omdat als je mag ervaren waarom ze waar zijn — voor jou, vanuit jou — dat zo'n ongelooflijk krachtig middel is. Om opnieuw te mogen herbeleven, vanuit het moment waar je dat nodig hebt, waarom iets fijn is. Waarom je mag genieten als het goed gaat. En waarom je mag vertrouwen op dat het weer beter gaat als het slecht gaat.
Ik ben zo diep gegaan dat ik alleen nog maar kon overleven. Er is een tijd geweest dat ik alleen maar door pillen kon overleven. Ik functioneerde wel. Maar ik leefde niet.
Nu, 2026, acht jaar later, leef ik mijn leven. Ondanks en desondanks en misschien zelfs juist vanwege een combinatie van hele fijne dingen en hele nare dingen.
Ik wil je meenemen in mijn verhaal. En ik wil je aanspreken op jouw manier. Als je een zelfhulpboek wilt, krijg je een zelfhulpboek — maar wel een origineel. Als je een wetenschappelijk, cognitief verhaal wilt, krijg je dat. Als je vanuit creativiteit en cultuur aansprekende teksten wilt, krijg je dat.
Van overleven naar functioneren. Van functioneren naar lijden — het dragen van jezelf, met een korte ei.
Van lijden naar leiden — het sturen van je eigen leven, met een lange ij.
Eén letter verschil. Een heel leven ertussen.
Het mooiste wat je kan worden, is jezelf.
Ga mee op reis met mij. Lees, luister, schrijf, doe, puzzel — en bovenal: geniet.